update:
 9 sept 2004

Artikel in Hoefslag tegenspreken mag

copyright ©  de Weille

[Artikel in Drive] [Artikel in Bit] [Artikel in Hoefslag tegenspreken mag] [NOC*NSF persbericht 3 juni 2004] [Artikel in Nieuwe meerbode] [Artikel in Paard&sport] [NOC*NSF persbericht 8 juni 2004] [Artikel in Paard&Sport nummer 16]

Dit artikel heeft in het Blad  Hoefslag nummer 30 jaargang 55 24 juli 2003 gestaan

‘Denk jij dat het leuk is om steeds van Anky te verliezen?

TEGENSPREKEN MAG

TEKST: JOEP BARTELS. FOTO'S: ARNO BRONKHORST

Joop Stokkel is niet zo bekend als onze andere gouden ruiters, Anky van Grunsven en Jeroen Dubbeldam, want hij won zijn medailles tijdens de Paralympische Spelen. Dat zijn de Spelen voor gehandicapten, of liever 'de Olympische Spelen voor aangepaste sporten', zoals ze ook wel worden genoemd. Onlangs behaalde Joop Stokkel topklasseringen tijdens de Olympische kwalificatiewedstrijd in Hartpury. Het ziet er dus naar uit dat hij volgend jaar weer hoge ogen kan gooien in Athene. Dat is niet zo leuk voor zijn collega' s, hield Joep Bartels hem voor. 'Denk jij dan dat het zo leuk is voor de collega' s van Anky om steeds van haar te verliezen', antwoordde het fenomeen uit Aalsmeer.

Paardrijden voor gehandicapten wordt mogelijk gemaakt door duizenden vrijwilligers, die een bijdrage betalen of zelf in de praktijk meehelpen om hun medemensen een fijne ervaring te bezorgen. Sommige vrijwilligers vinden dat er te veel geld gaat naar de paralympiërs, en dat het ten koste gaat van het therapeutisch paardrijden met zwaar gehandicapten of zwakzinnigen. Heeft die laatste groep niet meer recht op steun, medelijden en daadwerkelijke hulp? 'Gebruik liever het woord medeleven alsje- blieft, medelijden hoor ik liever niet. Begrijp me goed, het is heel fijn dat mensen op basis van medeleven willen bijdragen. Maar ik ben juist bezig om ons sportverhaal uit de sfeer van medelijden te krijgen. Daarom geef ik ook clinics en shows, waarin ik uitleg geef over het omgaan met mijn handicap in de sport. Dat is natuurlijk heel persoonlijk. Mijn handicap kun je heel goed zien, ik mis een arm en een been, maar aan sommige gehandicapte sporters zie je helemaal niets. Voor heel zwaar gehandicapten of zwak- zinnigen is paardrijden een fantastischehobby en een therapie, maar dat is iets anders dan bij ons. Voor mij is de sport een onderdeel van mijn sociale leven, ik heb door de sport maatschappelijke bekendheid gekregen. Ik heb mijn ambities door de sport kunnen verwčzenlijken. En ik begrijp best dat de achterban daar soms moeite mee heeft. We zitten in de aangepaste sport allemaal aan het geld te trekken. Als de paralympiërs een keer naar het buitenland gaan, kost dat veel geld. Daarvoor kunnen veel mensen in het therapeutische paardrijden een rondje in de manege maken. Dan is natuurlijk de vraag: besteden we dat geld aan die paar topsporters of aan veel meer andere ruiters? Dat is precies dezelfde discussie als bij de reguliere sport. Daar heb je ook die tegenstelling tussen breedtesport en topsport. Daar kom je nooit uit.
'Jullie zoeken als paralympiërs aansluiting bij de gewone sport, de KNHS. De sporters met een geestelijke handicap, die nu eigen wedstrijden hebben, zoeken weer aansluiting bij jullie. De doelstelling daarachter is om de integratie te bevorderen. De diverse groepen willen niet langer in hun eigen hoekje blijven zitten.
Dat lijkt me logisch, maar ik weet dat daarover achter de schermen nogal wat discussies worden gevoerd.

'Als je daarover wilt praten zul je eerst moeten definiëren wat integratie is. Als je daarmee bedoelt dat Anky en Joop op dezelfde lijn moeten komen, dan zit je mis, dat kan helemaal niet. Anky staat aan de top van 70.000 startkaarthouders in Nederland. Ik sta aan de top van veertig aangepaste paardensporters. Het is goed om te denken aan integratie, maar je moet het wel in verhouding blijven zien. Integratie is voor mij vooral datje van elkaars faciliteiten en kennis kunt profiteren. Voor ons is die integratie trouwens al bijna een feit, want negen van de tien gehandicapte ruiters rijden gewoon bij de KNHS mee. We hoeven alleen nog maar een paar formele afspraken te maken over de dispensaties. Dat is heel simpel. Ik mis een been, dus aan die kant mag ik een zweepje gebruiken. Nu heb ik dat zelf geregeld, maar in de toekomst moet dat niet meer kunnen. Je moet dat officieel regelen en vastleggen, zodat er ook geen misbruik van gemaakt kan worden. Ik denk niet dat de integratie tussen onze sport en jullie KNHS nog veel moeilijkheden zal opleveren, maar dat ligt volgens mij iets anders bij de ruiters met een geestelijke handicap. Dat ligt heel gevoelig, ik heb er in de zwemsport niet zulke leuke ervaringen mee opgedaan. Daar zwom op een zeker moment een jongen mee met een leerachterstand, die over zijn volledige spiervermogen kon beschikken. Hij deed zelfs mee met de Nederlandse kampioenschappen, maar kwam bij ons zwemmen vanwege zijn zogenaamde 'geestelijke handicap'. Dat trok de verhoudingen helemaal scheef. En als je het over zwaardere geestelijk gehandicapten hebt, bijvoorbeeld mongoloďden, denk je dan dat die de drang hebben om aan de internationale topsport mee te doen? Dan is het toch leuker om een onderlinge wedstrijd met ouders en vrienden te organiseren? En als je toch op internationaal niveau wilt presteren, dan ben ik er een voorstander van om de 'Special Olympics' (Olympi- sche spelen voor mensen met een geeste- lijke handicap) en onze Paralympics uit elkaar te houden. Wij willen respect voor onze prestaties, bij de Special Olympics gaat het om de verbroedering, dan heb je dus ook een ander publiek
.'Hoe serieus moeten we tegen jouw sportcarričre aan kijken? Na Barcelona, waar je vijf medailles won, drie gouden en twee zilveren, heb je jouw zwembroek aan de wilgen gehangen. Je bent vervolgens gaan paardrijden. In Atlanta won je al meteen weer een medaille en in Sydney zelfs gouden medaille in het onderdeel dressuur. Is het zo makkelijk? '
Ik ben als vijftienjarig kind, in 1982, gaan zwemmen en paardrijden. Vanaf 1985 kwam ik met zwemmen in de nationale selectie. Er was toen nog geen paardenselectie. Pas na de Wereldspelen in Assen (1990) werd het aangepaste paardrijden in Nederland een serieuze zaak. Omdat ik succes had met zwemmen, heb ik het paardrijden op de achtergrond gehouden. Maar in Barcelona kwamen er ontwikkelingen bij het zwemmen, waarmee ik het moeilijk had. Wij worden op basis van onze handicap ingedeeld in categorieën. Dat werden er ineens veel minder. En er werden nogal wat sporters ingedeeld in lagere categorieën. Ik kreeg ineens te maken met concurrenten die hun beide armen en benen nog hadden, en daar moest ik met mijn ene been en ene arm dan van proberen te winnen. Dat gaf een gevoel van onrecht. Dan zwem je niet meer tegen de klok, maar tegen een systeem.

Joop thuis aan tafel met Gerda en kinderen Pim en Romy.

Joop aan de ringvaart te Aalsmeerderbrug

' Je bent dus overgestapt naar het paardrijden om het systeem bij het zwemmen te ontlopen. Bij het paardrijden ben je en blijf je ingedeeld in 'Grade 2’ Hebben jouw concurrenten bij het paardrijden nu niet hetzelfde probleem? Jij wint steeds en toch promoveer je niet. Ik hoor ze op de wedstrijden al zeggen: och shit, daar heb je StokkeI weer!'.
'In onze sport werkt dat zo, dat kan niet anders. Maar ik geef toe dat ik mijn uitdagingen steeds meer haal uit het meedoen aan de gewone dressuurrubrieken bij de KNHS. Daar promoveer ik wél, en daar zoek ik het promotiesysteem dus zélf op. Maar ik stel je wel een tegenvraag: denk jij dat het leuk is voor de collega's van Anky om steeds van haar te verliezen? Dat is precies hetzelfde.' Het is me opgevallen dat er nogal wat
geklaagd wordt onder de gehandicapte topsporters. Ik hoor nogal wat kritiek op elkaar. 'Dit komt voor honderd procent op het persoonlijke vlak. Er zijn mensen die klagen, maar het gaat mij te ver om dat etiket op de hele sport te plakken. In topsport zijn er nu eenmaal verliezers, en het gras is altijd groener bij de buurman. Dat is precies hetzelfde bij jullie, in de gewone sport. Ik spiegel mezelf nog wel eens, en dan denk ik: 'ik kan me best voorstellen dat ze zich kritisch opstellen'. Ik ben een perfectionist en ik wil dat naar buiten uitstralen. Als ik op een concoursterrein kom, moet alles kloppen. Een mooie gesponsorde trailer, en alles tot in de puntjes verzorgd. Ik probeer er alles aan te doen om een goed team en een goede sfeer om me heen te hebben. Dat kan verkeerd vallen bij iemand die met een oud, aan elkaar geplakt trailertje, naast me komt staan. Maar hoe zwaar moet ik daar nu aan tillen? Je zult altijd gezeur houden. Als de concurrenten het niet hebben gedaan, is het de jury wel. Ofhet paardenmateriaal krijgt de schuld. Net als bij jullie!'
Toch vind ik het bijvoorbeeld vreemd dat er zo vaak geklaagd wordt over de aandacht in de pers. Je zegt zelf dat er maar veertig aangepaste wedstrijdruiters in Nederland zijn. En bij de Paralympische Spelen zijn de tribunes leeg. Dan is het toch niet zo vreemd dat de pers je een beetje links laat liggen? Ook de gewone paardensport heeft al een probleem met de Nederlandse pers, en daar zijn 70.000 wedstrijdruiters
 'Dat ga ik niet tegenspreken, het is een feit. De tribunes zijn bij ons inderdaad niet vol. De supporters van de paralympiërs zijn er wel, maar het zijn er veel minder. De pers is erg gefixeerd op publieke belangstelling, dus je krijgt minder aandacht. Dat betekent weer dat je weinig sponsors krijgt, en zo blijf je in een cirkeltje. Maar ik zeg altijd: 'aandacht kun je niet opeisen, dat moet je verdienen'. Als je met sport goed scoort, krijg je die aandacht vanzelf. Als je heel veel op de pers afgeeft, bereik je het tegendeel van watje wilt. Mensen die heel negatief reageren, maken veel stuk. Ik vind dat we niet moeten mopperen. Ik ben heel nuchter, ik kan toch niet dezelfde aandacht opeisen als bijvoorbeeld Anky? Dat is niet realistisch. Maar als ik mezelf bekijk, dan heb ik heel veel teruggekregen van de sport. Het heeft me sterker gemaakt. Ik ben overal in d~ ;:,vereld geweest en .ik heb maatschappelijke erkenning gekregen. Als er een rondleiding op mijn werk is komen mijn collega's altijd bij me langs. En dan vertellen ze met meer trots over mijn successen dan ik zelf zou kunnen.'

 

Bij de Paralympics reden jullie altijd op leenpaarden. Vanaf Athene mogen jullie je eigen paarden meenemen. Dat zal het niveau enorm verhogen. Ik voorspel je dat het hele grote consequenties voor de sport zal hebben. Geld gaat een veel grotere rol spelen. De grote paarden-landen, zoals Duitsland, krijgen nu veel meer kans. Ik vraag me af of dat wel allemaal zo voordelig is.
 'In ons kleine groepje zijn tot nu toe veel huis-, tuin- en keukenruiters. Bij ons rijdt de recreant ook mee. Vanaf nu zal de afstand tussen de top en de recreanten veel groter worden. Als je niet met die nieuwe ontwikkeling mee wilt, dan heb je bij de Paralympics dus niets meer te zoeken met jouw recreatiepaard. Dat zijn de wetten van de topsport. Ik ben zelf maar een 'klojo' zonder eigen paard, maar ik kan dus wel gemakkelijker switchen. Ik hoef mijn eigen materiaal niet aan de kant te zetten. Ik ben nu bezig met mensen, die mij een beter paard voor Athene willen bezorgen. Je krijgt daardoor in onze sport inderdaad andere uitgangspunten. Ik vind dat goed, dat gedoe met die leenpaarden was een loterij. Je had maar vier dagen de tijd om met jouw paard te trainen. Dan kun je best wat oplossen als je handig bent, maar je kunt nooit zo veel laten zien als met je eigen paard. Ik vind dat onze sport veel volwassener en vooral eerlijker wordt door deze ontwikkeling
 Als ik jou zo hoor dan ligt jouw ambitie in de toekomst vooral bij de wedstrijden, waarin je het tegen de normale sporters op neemt. Je zei zelf dat dit jouw belangrijkste uitdaging is. Dan inspireren die Paralympische Spelen, met lege tribunes en zonder pers, je toch niet meer? '
.Daar ben ik 't helemaal niet mee eens. De Paralympics blijven heel gaaf. Het is het enige evenement waar zeker de hele internationale top aanwezig is. Het heeft ook iets bijzonders om in datzelfde stadion te komen, waar een paar weken eerder al die toppers hebben gestaan...dat vind ik 'kicken'. Vooral als je zelf de Olympische wedstrijden op de tv hebt gevolgd. Jouw paard staat misschien in dezelfde stal als de Olympische winnaar. Dat stimuleert gewoon. Zo'n accommodatie heeft zóveel uitstraling, dat is geweldig
.' Toch denk ik dat de gewone sport voor veel gehandicapte sporters aantrekkelijker is dan de aangepaste sport. Anders kan ik ook niet verklaren dat er bij jullie maar veertig ruiters meedoen. Er moeten honderden, misschien wel duizenden ruiters met een handicap zijn. Die rijden nu allemaal in de gewone sport of gewoon recreatief: Kennelijk voelen die zich in de aangepaste sport niet goed thuis,
Die ruiters zouden in de aangepaste sport juist veel meer plezier kunnen beleven! Je hebt er moed voor nodig om bij ons mee te gaan doen. Daarvoor moet je drempels overwinnen. Sta daar maar eens bij stil. In de valide sport wordt de motivatie om mee te doen geboren uit talent. Als je iets goed kunt, vind je het leuk om dat te doen. Bij onze tak van de sport ga je meedoen, omdat je een handicap hebt. Je gaat een passende sport bij jouw handicap zoeken. Daarvoor moet je wel eerst jouw handicap leren accepteren. Het is voor veel mensen een moeilijke drempel om met hun handicap naar buiten te komen. Als je bij ons meedoet, krijg je automatisch 'het stempel 'gehandicapt'. De meeste mensen zijn juist druk bezig om van dat stempel afte komen. Je wilt juist niet bij die gehandicapten horen. Ik ben altijd een beetje een baanbreker geweest op dit gebied. Je moet je bloot leren geven. Voor mij was dat misschien makkelijker dan voor anderen, omdat ik mijn handicap niet kan verstoppen, dus ik moest wel , Maar ik zie toch ook bij veel andere gehandicapte sporters dat er iets van zelf afvalt als ze eenmaal de overstap naar onze sport hebben gemaakt. Dan ontdooien ze. Dan kijken ze om zich heen en denken: 'iedereen heeft hier wat'. Als die mensen voor het eerst .' meegaan naar een wedstrijd, hebben ze meestal een fantastische tijd. Ik heb zelf ook gemerkt dat een handicap extra  mogelijkheden biedt. Ik wilde mezelf altijd bewijzen, en dat lukt. Ik wil die 'drive' ook graag overbrengen op mijn teamgenoten. Maar daarbij hoort ook een zekere hardheid, dat zeg ik er direct bij. Je moet tegen je verlies kunnen en doorzettingsvermogen hebben, net als ‘ gewone sporters.'